ECLI:NL:CRVB:2009:BI0885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks bezwaar over geluidsbelasting en ziekteverzuim
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens hoofdpijnklachten en astmatische bronchitis met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 12 mei 2005 in. De rechtbank oordeelde in 2006 dat de medische grondslag voldoende was, maar dat onvoldoende was onderzocht of ziekteverzuim kon worden opgevangen door collega’s. Dit leidde tot vernietiging van het besluit en een nieuw besluit van het UWV in 2007 dat de intrekking handhaafde.
De rechtbank vernietigde dit nieuwe besluit deels vanwege de maximering van de urenomvang, maar oordeelde dat appellante in staat was om de geduide functies uit te oefenen. In hoger beroep stelde appellante dat de functies van operator afbindmachine en operator productie niet geschikt waren vanwege omgevingslawaai. De Raad stelde vast dat de medische grondslag onherroepelijk vaststaat en dat appellante niet beperkt belastbaar is op het item geluidsbelasting.
De Raad onderschreef de rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige die aangaven dat de functies geschikt zijn ondanks het te verwachten ziekteverzuim. Het hoger beroep slaagde niet en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.