ECLI:NL:CRVB:2009:BI1204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering dubbel uitgekeerd ziekengeld door UWV
Appellante ontving vanaf 8 november 2005 een uitkering op grond van de Ziektewet. UWV stelde vast dat over de periode van 9 november 2005 tot 8 januari 2006 dubbel ziekengeld was uitbetaald en vorderde €1826,64 terug. Appellante maakte bezwaar en stelde onduidelijkheid over de uitkeringsspecificaties.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat de dubbele betaling had plaatsgevonden en appellante niet had betwist de bedragen te hebben ontvangen. Ook was er geen dringende reden om terugvordering te matigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Aan de hand van de specificaties en toelichting van UWV is bewezen dat de dubbele uitkering heeft plaatsgevonden. Appellante heeft geen bewijs geleverd dat zij de bedragen niet heeft ontvangen. Er zijn geen omstandigheden die een dringende reden tot kwijtschelding opleveren. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie die de terugvordering sinds 1996 bevestigt.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van dubbel uitgekeerd ziekengeld door het UWV en wijst het hoger beroep af.