ECLI:NL:CRVB:2009:BI1497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag WW-uitkering op voorschotbasis
Appellante ontving een WW-uitkering die aanvankelijk werd aangevuld met een toeslag op voorschotbasis, gekoppeld aan haar WAO-uitkering. Na herziening van haar arbeidsongeschiktheidspercentage werd de WW-uitkering beëindigd en stelde het UWV de terugvordering van niet-verrekenbare voorschotten, inclusief de toeslag, vast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de toeslag niet zonder meer als voorschot kon worden teruggevorderd, maar de Raad oordeelde dat de toeslag in hetzelfde besluit en op dezelfde grondslag als de WW-uitkering op voorschotbasis was toegekend.
De Raad concludeerde dat appellante dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen gronden gevonden voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 8 april 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toeslag als voorschot is toegekend en teruggevorderd kan worden.