ECLI:NL:CRVB:2009:BI1544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.J.W. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die een WAO-uitkering ontving, meldde zich in 2003 toegenomen arbeidsongeschikt. Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vast op 55 tot 65%. Na bezwaar en eerdere procedures werd het dossier opnieuw onderzocht door bezwaarverzekeringsarts Miedema, die geen aanleiding vond voor herziening.
Appellant voerde aan dat het heronderzoek door dezelfde arts als in 2004 in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en benadrukte zijn gehoorproblemen als nieuwe beperking. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid.
Verder concludeerde de Raad dat de gehoorproblemen niet tot beperkingen leidden die op de meldingsdatum van toegenomen arbeidsongeschiktheid relevant waren. Er was geen medische onderbouwing voor een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering ongewijzigd blijft omdat geen toename van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.