ECLI:NL:CRVB:2009:BI1730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met proceskostenveroordeling UWV
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 25 december 2005 werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 45-55%. Het bezwaar van appellant tegen deze herziening werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit echter en handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij werd geoordeeld dat het medische onderzoek adequaat was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medische onderzoek onzorgvuldig was, met onduidelijkheid over de rolverdeling tussen verzekeringsarts en arts in opleiding en over de vaststelling van de urenbeperking. Ook stelde appellant dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende informatie van Mentrum had ingewonnen en dat de functies te veel op elkaar leken.
De Raad overwoog dat appellant in hoger beroep geen nieuwe medische informatie had aangeleverd en dat de bezwaarverzekeringsarts adequaat had gehandeld door meerdere keren informatie bij Mentrum op te vragen. De Raad oordeelde dat appellant de functies productiemedewerker industrie, productiemedewerker confectie, kleermaken en textielproductenmaker kan uitoefenen en verwierp het standpunt dat de functies te veel op elkaar lijken. De toelichting van het UWV was uiteindelijk toereikend, waardoor de Raad de aangevallen uitspraak bevestigde en het UWV veroordeelde in de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep.