ECLI:NL:CRVB:2010:BO8529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens rugklachten en werd herbeoordeeld in 2006. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast die werden vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV selecteerde passende functies en besloot de uitkering in 2007 in te trekken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
Na bezwaar en een gewijzigde beslissing werd de uitkering per 30 maart 2007 alsnog als volledig ingetrokken beschouwd, met een latere intrekking per 3 december 2008 vanwege minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde het, maar wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar handklachten onvoldoende waren meegewogen en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd niet voldoende verschilden. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De arbeidskundige onderbouwing was toereikend en de functies waren verschillend genoeg om als aparte functies te gelden.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.