ECLI:NL:CRVB:2009:BI1759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Betrokkene, werkzaam in een slijterij, kreeg in 2002 een WAO-uitkering toegekend vanwege whiplashklachten. In 2006 handhaafde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de intrekking van deze uitkering per 2003. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht vanwege onvoldoende onderbouwing van betrokkene's belastbaarheid en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De Raad overwoog dat medisch gezien geen urenbeperking meer nodig was, omdat lichte cognitieve beperkingen al waren meegenomen in de functionele mogelijkhedenlijst. Ook arbeidskundig achtte de Raad betrokkene in staat om de voorgestelde functies te vervullen, waaronder productiemedewerker textiel, waarbij voldoende afwisseling in werkzaamheden is gegarandeerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en een schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn van vier jaar, aangezien de procedure onnodig lang heeft geduurd door het handelen van het UWV.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en betrokkene krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.