ECLI:NL:CRVB:2009:BI1885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over niet in behandeling nemen WAZ-uitkering
Appellant diende op 3 augustus 2004 een aanvraag in bij het UWV voor een WAZ-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid sinds 24 november 2003. Het UWV stelde de aanvraag bij besluit van 13 juni 2005 buiten behandeling omdat appellant niet de gevraagde informatie had verstrekt. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar, maar verstrekte later alsnog aanvullende gegevens en verzocht om afhandeling. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het besluit van 13 juni 2005 rechtens onaantastbaar was en dat de nieuwe gegevens geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden. De rechtbank verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en oordeelde dat het UWV terecht geen hoorzitting hield.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV het besluit van 13 juni 2005 onjuist heeft gekwalificeerd als een afwijzing, terwijl het een buiten-behandeling-stelling betrof op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Hierdoor was het bestreden besluit niet correct op basis van artikel 4:6 Awb Pro genomen. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellant. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.