Uitspraak
17.7184 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 2 september 2016 bijstand aangevraagd, maar het college stelde deze aanvraag buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde bankgegevens. Nadat appellant deze gegevens alsnog indiende, werd dit als een nieuwe aanvraag beschouwd met ingangsdatum 21 november 2016. Het college kende bijstand toe met ingang van 10 november 2016, maar wees terugwerkende bijstand af. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat artikel 4:6 Awb Pro alleen van toepassing is bij een afwijzende beschikking en niet bij buiten behandeling stelling. Het college en de rechtbank gingen ten onrechte uit van toepassing van dit artikel. De beoordeling richt zich daarom op de vraag of bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. Volgens vaste rechtspraak bestaat in principe geen recht op bijstand vóór de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Appellant stelde dat hij in contact was met het college en vertrouwde op heropening van zijn oorspronkelijke aanvraag, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De Raad stelt vast dat het college nooit heeft toegezegd de oorspronkelijke aanvraag te heropenen en dat appellant zich bewust was van de noodzaak van een nieuwe aanvraag. Het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht en schadevergoeding wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht en schadevergoeding wordt afgewezen.