ECLI:NL:CRVB:2009:BI1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afstemming bijstand wegens niet meewerken en onleesbare bankafschriften
In deze zaak heeft het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot afstemming van bijstand wegens niet meewerken aan een huisbezoek en het gedeeltelijk onleesbaar maken van bankafschriften vernietigde. De rechtbank had het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, ondanks dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het laten vallen van de afstemmingsgrond dat betrokkene haar vakantie niet vooraf had gemeld, niet betekent dat het gehele besluit vernietigd moet worden wegens gebrek aan motivering. De afstemming bleef immers gebaseerd op twee andere gronden: het niet meewerken aan het huisbezoek en het gedeeltelijk onleesbaar maken van bankafschriften.
De Raad stelt dat de rechtbank het beroep ongegrond had moeten verklaren en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze is aangevochten. Tevens oordeelt de Raad dat appellant terecht is opgekomen tegen de proceskostenveroordeling en griffierechtvergoeding in eerste aanleg en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 21 april 2009 en betreft een bestuursrechtelijke zaak over de Wet werk en bijstand (WWB).
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover aangevochten.