ECLI:NL:CRVB:2009:BI2058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, waaronder fobieën, met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2004 werd bij een herbeoordeling vastgesteld dat haar psychische problemen niet zo ernstig waren dat zij geheel arbeidsongeschikt was, waarna haar uitkering werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij door ernstige psychische beperkingen niet in staat was arbeid te verrichten.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen juist was en dat appellante de aangeduide functies kon vervullen. In hoger beroep heeft de Raad een onafhankelijke psychiater geraadpleegd die vaststelde dat naast paniekstoornis met agorafobie ook een persoonlijkheidsstoornis bestond, welke door de verzekeringsartsen was genegeerd. Deze stoornis leidt tot een lagere belastbaarheid dan eerder aangenomen.
De Raad concludeert dat de medische grondslag van het intrekkingsbesluit ondeugdelijk is en dat ook de arbeidskundige beoordeling niet kan worden aanvaard. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het verzoek tot vergoeding van schade en proceskosten in aanmerking moet worden genomen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.