ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij WAO-uitkering
Appellante betwistte de door het UWV gehanteerde berekening en aanvangsdatum van de wettelijke rente over de na te betalen WAO-uitkering. De rechtbank had eerder de datum 24 juli 2009 als startpunt vastgesteld, maar appellante stelde dat zij reeds in 2005 aanspraak maakte op rentevergoeding.
De Raad stelt vast dat het UWV voldoende inzicht heeft gegeven in de renteberekening en dat er geen verschil meer bestaat over de hoogte en ingangsdatum van de nabetalingen. Wel is vastgesteld dat de totale procedure, inclusief bestuurs- en rechterlijke fase, de redelijke termijn heeft overschreden.
De Raad oordeelt dat de overschrijding deels aan het UWV en deels aan de rechterlijke fase is toe te rekenen, waarbij de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken voor de schadevergoeding. Het onderzoek wordt heropend om een nadere uitspraak te doen over de vergoeding van schade wegens deze overschrijding.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. Het hoger beroep slaagt deels door vernietiging van de datum voor renteberekening, maar het beroep tegen het besluit van 2 december 2010 wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend voor nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn; eerdere rente-aanvangsdatum wordt vernietigd.