ECLI:NL:CRVB:2009:BI2299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellante
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45-55% in plaats van 80% of meer. De rechtbank had het beroep van appellante tegen het bezwaarbesluit gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellante behandeld, die niet is verschenen bij de zitting.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML (Functionele Mogelijkheden Lijst) voldoende rekening hielden met haar aandoeningen, waaronder afwijkingen aan de lumbale wervelkolom. Appellante had geen nieuwe medische gegevens ingebracht die tot twijfel aan de belastbaarheid konden leiden. Ook de arbeidskundige beoordeling ondersteunde de schatting van de belastbaarheid.
Appellante stelde dat zij vanwege medische redenen niet in staat was arbeid te verrichten en dat zij onterecht niet door een bezwaarverzekeringsarts was onderzocht tijdens de bezwaarfase. De Raad oordeelde dat appellante had afgezien van een hoorzitting en medisch onderzoek en dat het Uwv niet kon worden verweten dat zij niet werd gezien. Verder kon niet worden vastgesteld dat zij eerder melding had gemaakt van de ziekte van Menière.
De Raad concludeerde dat de functies waarop de schatting was gebaseerd binnen haar belastbaarheid vielen en dat het hoger beroep niet slaagde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.