ECLI:NL:CRVB:2009:BI2614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Leeuwarden trok deze uitkering per 22 november 2004 in, omdat appellante niet meer in Leeuwarden woonde. Na bezwaar werd het besluit aangepast, maar de bijstand alsnog beëindigd per 24 november 2004. Appellante vorderde vervolgens vergoeding van materiële schade van €1.641,- en immateriële schade wegens de gevolgen van de intrekking.
Het College wees het verzoek om schadevergoeding af en de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij kosten had moeten maken door de gedwongen verhuizing en emotionele schade had geleden. De Raad oordeelde dat het causale verband tussen de schade en het onrechtmatige besluit niet was aangetoond en dat er geen bewijs was van geestelijk letsel dat een aantasting van haar persoon vormde.
De Raad volgde de overwegingen van de rechtbank en zag geen aanleiding tot vergoeding van materiële of immateriële schade. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.