ECLI:NL:CRVB:2009:BI2746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken hoofdverblijf en onvoldoende informatie
Appellante ontving bijstand tot november 2004 en kreeg deze ingetrokken met ingang van mei 2005 vanwege twijfels over haar hoofdverblijf. Anonieme meldingen en huisbezoeken leidden tot het oordeel dat zij niet op het uitkeringsadres verbleef, wat essentieel is voor het recht op bijstand.
Het College voerde een huisbezoek uit waarbij bleek dat de woning voornamelijk was ingericht en gebruikt door derden, en appellante verklaarde dat zij vaak elders verbleef vanwege gezondheidsredenen. De Raad oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was omdat er redelijke grond was om te twijfelen aan de verstrekte gegevens.
De aanvraag om gezinsbijstand werd afgewezen omdat de echtgenoot van appellante niet kon worden getraceerd en het recht op gezinsbijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. Appellante voerde aan dat het College ook had moeten onderzoeken of zij bijstand als alleenstaande kon krijgen, maar dit werd verworpen omdat de aanvraag daar niet op was gericht.
De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en oordeelde dat het College terecht had gehandeld binnen de wettelijke kaders en het beleid. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de aanvraag om gezinsbijstand worden bevestigd wegens ontbreken hoofdverblijf en onvoldoende informatie.