ECLI:NL:CRVB:2009:BI3127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugvordering WAO-uitkering zonder dringende reden
Betrokkene ontving tot 1 april 2004 een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na gedeeltelijk herstel per 1 april 2004 bleef door een administratieve fout een volledige uitkering doorlopen. Appellant herzag de uitkering per 2 januari 2007 naar 45-55% arbeidsongeschiktheid en vorderde een bedrag van €21.911,64 terug over de periode 1 april 2004 tot 31 augustus 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van de erven gegrond, vernietigde het terugvorderingsbesluit en oordeelde dat appellant ernstige nalatigheid had betracht door niet tijdig te handelen na de herstelmelding. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende had gemotiveerd waarom niet van terugvordering werd afgezien wegens dringende reden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat alleen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor de verzekerde een dringende reden vormen om af te zien van terugvordering. Omdat betrokkene of diens erven geen beroep op dringende redenen hebben gedaan en appellant geen aanwijzingen had om dit te vermoeden, was nader motiveren niet vereist. Tevens is geen sprake van gewekte verwachtingen of schending van rechtszekerheid. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit blijft in stand.