ECLI:NL:CRVB:2005:AT1551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen dringende reden om terugvordering toeslag op grond van rechtszekerheidsbeginsel te weigeren
De zaak betreft een terugvordering van €4.031,70 bruto plus overhevelingstoeslag door het UWV aan gedaagde wegens onverschuldigde toeslagbetalingen over de periode juni 2000 tot november 2001. Gedaagde voerde aan dat het onredelijk was om terug te vorderen, mede omdat hij tijdig en regelmatig zijn inkomsten had doorgegeven en het uitvoeringsorgaan had bevestigd dat de toeslag terecht werd betaald.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar oordeelde dat er sprake was van een dringende reden op grond van het rechtszekerheidsbeginsel, waardoor terugvordering niet passend was. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak echter en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Raad stelt dat de terugvordering wettelijk verplicht is en dat alleen in bijzondere gevallen, waarin sprake is van een ondubbelzinnige schriftelijke toezegging zonder onjuiste informatie van de betrokkene, kan worden afgezien van terugvordering. In dit geval was er geen dergelijke schriftelijke toezegging. Vertraging en fouten van het uitvoeringsorgaan vormen geen dringende reden.
De Raad benadrukt dat het rechtszekerheidsbeginsel en andere algemene bestuursrechtelijke beginselen niet automatisch leiden tot het aannemen van een dringende reden. De terugvordering is daarom terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde toeslag.