ECLI:NL:CRVB:2009:BI3129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering WW-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving vanaf 1 juni 2004 een WAO-uitkering, die na herbeoordeling per 12 maart 2007 werd ingetrokken. Het Uwv kende daarop een WW-uitkering toe, maar vorderde deze terug omdat appellant zich ziek had gemeld en volgens het Uwv niet beschikbaar was voor arbeid. Appellant voerde aan dat hij wel beschikbaar was, ondersteund door inschrijving bij het CWI en een lijst met sollicitaties.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit tot terugvordering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de enkele vermelding 'ziek' op het werkbriefje onvoldoende is om niet-beschikbaarheid aan te nemen. Ook de sollicitaties en inschrijving bij het CWI wijzen op beschikbaarheid. Het Uwv kon niet ondubbelzinnig aantonen dat appellant zich niet beschikbaar stelde.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en draagt het Uwv op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding moet worden betrokken. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit nemen.