ECLI:NL:CRVB:2009:BI3134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie na ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellant was sinds 1998 in dienst als verzekeringsadviseur en zijn arbeidsovereenkomst werd per 1 maart 2007 ontbonden door de kantonrechter. Na het indienen van een WW-uitkering en het opleggen van een korting van 20% gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten, maakte appellant bezwaar dat werd afgewezen.
De rechtbank onderschreef het standpunt van het UWV en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas op 28 februari 2007 met de ontbindingsbeschikking bekend was geworden en dat de periode tot 1 maart 2007 te kort was om te solliciteren.
De Raad overwoog dat op grond van de Werkloosheidswet en het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW de sollicitatieplicht ingaat zodra het voor de werknemer redelijkerwijs duidelijk is dat de dienstbetrekking eindigt. De Raad bevestigde dat dit moment lag bij de beschikking van de kantonrechter op 31 januari 2007, ook al ontving appellant het afschrift later.
Gezien de periode tussen dit moment en de eerste werkloosheidsdag was er voldoende tijd om te solliciteren. De Raad verwierp het verweer van appellant en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten vanaf het moment dat appellant redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat zijn dienstverband zou eindigen.