ECLI:NL:CRVB:2009:BI3571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht als noodzakelijke kosten onder de Wet werk en bijstand
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht in een procedure tegen het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum. Het College stelde het verzoek buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond. Later werd een nieuw besluit genomen waarbij de aanvraag om bijzondere bijstand werd afgewezen omdat het verzoek om voorlopige voorziening niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. In hoger beroep betwist appellante deze uitspraak en het ontbreken van vergoeding van griffierecht.
De Raad oordeelt dat griffierecht in beginsel als noodzakelijke kosten kan worden aangemerkt indien rechtsbijstand is verleend, maar in dit geval was geen toevoeging verleend. Het College heeft onjuiste maatstaven gehanteerd bij de beoordeling van de noodzaak van de procedure. De Raad vernietigt het besluit van 24 oktober 2006 en draagt het College op een nieuw besluit te nemen waarbij de griffierechtkosten als noodzakelijk worden beschouwd. Tevens moet het betaalde griffierecht in eerste aanleg en hoger beroep worden vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en appellante krijgt vergoeding van het betaalde griffierecht.