ECLI:NL:CRVB:2009:BI3754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens middelen ter voorziening in noodzakelijke kosten
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond waarin hun beroep tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen ongegrond werd verklaard. Het College had de aanvraag van appellant om bijstand over de periode juni tot en met juli 2000 afgewezen vanwege een terugvordering van een WAO-uitkering.
De Raad stelde vast dat het verzoek in feite ging om bijzondere bijstand voor de betaling van een schuld aan het UWV van €3.115. Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB, heeft degene die bijstand vraagt voor aflossing van schulden en die beschikte over middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, geen recht op bijstand. De Raad concludeerde dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schuld en daarna over dergelijke middelen beschikte.
Verder vond de Raad geen zeer dringende redenen in de zin van artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB die een uitzondering op het verbod tot bijstandverlening rechtvaardigen. Daarom kon het College niet bevoegd worden geacht bijzondere bijstand te verlenen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd.