ECLI:NL:CRVB:2009:BI3771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van der Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoogte Ziektewet-uitkering en belanghebbendheid werkgever
Een werknemer viel uit wegens ziekte en ontving in het eerste ziektejaar een Ziektewet-uitkering van 100% van het dagloon. De werkgever verzocht om een verhoging van de ZW-uitkering in het tweede ziektejaar tot 100%, maar het UWV stelde deze vast op 70%. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de werkgever wel degelijk een rechtstreeks belang heeft bij het besluit over de ZW-uitkering.
De Raad stelt vast dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever voortvloeit uit het dwingendrechtelijke wettelijke stelsel en dat het besluit van het UWV rechtstreeks doorwerkt in de belangen van de werkgever. Het beroep van de werkgever op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op informatiefolders en wetswijzigingen, wordt verworpen omdat de folders algemene informatie bevatten en de wetswijziging niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing bevestigt dat de ZW-uitkering in het tweede ziektejaar beperkt is tot 70% van het dagloon en dat de werkgever geen aanspraak kan maken op een hogere uitkering op grond van het vertrouwensbeginsel.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de ZW-uitkering blijft vastgesteld op 70% van het dagloon.