ECLI:NL:CRVB:2009:BI3832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering met beoordeling medische beperkingen en arbeidskundige grondslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na vernietiging van een eerder besluit door de rechtbank Amsterdam, stelde het UWV in een nieuw besluit de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 15%, wat door de rechtbank werd vernietigd wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige functies.
Het UWV nam vervolgens een tweede besluit waarbij de functie van huishoudelijk medewerker werd geschrapt en de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35-45%. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling van de beperkingen van appellant zorgvuldig en juist is uitgevoerd, inclusief rekening houdend met zijn ziekte SLE, chronische diarree en psychische klachten. De Raad bevestigt dat de criteria voor WSW-beoordeling niet gelijk zijn aan die voor WAO.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak voor zover daarin de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand werden gelaten en verklaart het beroep tegen het herziene besluit ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het herziene besluit tot vaststelling van de WAO-uitkering op 35-45% wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.