ECLI:NL:CRVB:2009:BI4023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep inzake re-integratietraject WWB
Appellante, ontvanger van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), was het niet eens met een door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer opgelegd duaal traject Nederlandse taal. Dit traject was aangeboden voor een periode van zes maanden en werd niet door appellante afgerond. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting bleek dat het oorspronkelijke traject niet meer actueel was en dat appellante inmiddels een nieuw traject volgde, waarvoor zij een ondertekend trajectplan had en daadwerkelijk deelnam. Het College had geen sancties opgelegd voor het niet deelnemen aan het eerdere traject of de vervolgtrajecten. Appellante stelde dat zij belang had bij een uitspraak over het oorspronkelijke traject omdat zij meende dat onvoldoende rekening was gehouden met haar gezinssituatie.
De Raad oordeelde echter dat appellante geen procesbelang meer had bij de beoordeling van de aangevallen uitspraak, aangezien het traject niet meer actueel was, er geen sancties werden overwogen en er geen grond was voor schadevergoeding. Een uitspraak zou slechts een principiële betekenis hebben, terwijl de Raad zich beperkt tot het beslechten van geschillen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.