ECLI:NL:CRVB:2009:BI4032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens passende medische beperkingen en passende functies
Appellante, voormalig parttime kamermeisje, ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 4 januari 2006 in, omdat appellante ondanks haar beperkingen geschikt werd geacht voor gangbare arbeid. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, onder meer vanwege een carpaal tunnel syndroom en een CIZ-indicatie voor huishoudelijke hulp. Ook voerde zij aan dat haar opleidingsniveau en het maatmanloon onjuist waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit deugdelijk was en dat de nieuwe medische gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel.
De Raad stelde vast dat de functie tester/controleur elekrotechnische apparatuur niet passend was vanwege het opleidingsniveau, maar dat drie andere functies (productiemedewerker textiel, wasserijmedewerker en productiemedewerker papier) passend waren gelet op haar opleiding en ervaring. Het UWV had aannemelijk gemaakt dat appellante niet meer werkte op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en dat het maatmanloon juist was vastgesteld.
Omdat het inkomensverlies met de resterende functies minder dan 15% bedroeg, was de intrekking van de uitkering terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante passend is voor drie functies binnen haar medische beperkingen en het inkomensverlies minder dan 15% bedraagt.