ECLI:NL:CRVB:2009:BI4153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake toelating maatschappelijke opvang wegens ontbreken procesbelang
Appellant, met de Macedonische nationaliteit, verzocht in mei 2007 om toelating tot maatschappelijke opvang in Rotterdam, maar werd afgewezen omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure werd appellant op 4 maart 2008 toegelaten tot de maatschappelijke opvang op basis van een brief van de IND waaruit bleek dat hij in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning onder het generaal pardonbeleid.
Appellant handhaafde zijn hoger beroep en beriep zich op diverse mensenrechtenverdragen, waaronder het EVRM en het Europees Sociaal Handvest. Het College handhaafde haar standpunt dat appellant ten tijde van het besluit niet rechtmatig in Nederland verbleef en dat het koppelingsbeginsel toepassing vond. Tevens stelde het College dat appellant geen procesbelang meer had omdat het beoogde resultaat reeds was bereikt.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep, waarbij het resultaat dat met het beroep wordt beoogd ook daadwerkelijk moet kunnen worden bereikt. Aangezien appellant feitelijk en juridisch al was toegelaten tot de maatschappelijke opvang, ontbrak het procesbelang. De door appellant aangevoerde immateriële schade werd door de Raad niet aannemelijk geacht, mede omdat appellant feitelijk steeds opvang ontving.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 7 oktober 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat appellant inmiddels toegelaten is tot maatschappelijke opvang.