ECLI:NL:CRVB:2006:AY8271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij vergoeding heupoperatie volgens BHR-methode
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van vergoeding van een heupoperatie volgens de Birming Hip Resurfing (BHR)-methode door OZ. Na een ongeval onderging appellant de operatie, waarvan de kosten door OZ werden vergoed. Desondanks zette appellant het hoger beroep voort met het argument dat het algemene belang van anderen in vergelijkbare situaties gediend zou zijn met een uitspraak.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om een procedure te mogen voeren en dat een louter principieel of algemeen belang niet voldoende is. Nu de kosten reeds zijn vergoed, ontbreekt het appellant aan een persoonlijk belang bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard in plaats van niet-ontvankelijk, wat de Raad corrigeerde door het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
De uitspraak bevestigt de eis van concreet procesbelang in bestuursrechtelijke procedures en sluit een louter principieel belang uit.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat de heupoperatie inmiddels is vergoed.