ECLI:NL:CRVB:2009:BI4346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder over de periode van mei 2003 tot april 2006. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale Recherche een onderzoek naar mogelijke samenwoning met appellant, de vader van haar kind. Uit het onderzoek, inclusief verklaringen en observaties, bleek dat zij hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en een gezamenlijke huishouding voerden.
Het College trok de bijstand van betrokkene in en vorderde de kosten van de bijstand terug, mede van appellant, omdat het gezamenlijk inkomen hoger was dan de bijstandsnorm en er sprake was van schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksresultaten voldoende waren om het standpunt van het College te ondersteunen. De verklaring van betrokkene, de waarnemingen, getuigenverklaringen en inschrijvingen in de Gemeentelijke Basisadministratie bevestigden de gezamenlijke huishouding. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het terugvorderingsbeleid af te wijken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 35.894,76 wordt bevestigd.