ECLI:NL:CRVB:2009:BI4420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inkomensbegrip bij schadevergoeding en bijstand volgens WWB
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en heeft een schadevergoeding ontvangen voor toekomstig verlies aan arbeidsvermogen na een verkeersongeval. Het College heeft de bijstand verminderd met een bedrag gelijk aan de gekapitaliseerde schadevergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze vermindering ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat de schadevergoeding niet als inkomen mag worden beschouwd en wijst op een ongerechtvaardigd onderscheid met uitkeringen op grond van werknemersverzekeringen, waar dergelijke vergoedingen niet worden verrekend. De Raad toetst de zaak aan de WWB en relevante jurisprudentie.
De Raad oordeelt dat de schadevergoeding, hoewel niet als inkomen uit arbeid wordt aangemerkt, wel als inkomen in de zin van artikel 32 WWB Pro geldt omdat deze naar haar aard overeenkomt met inkomsten in verband met arbeid. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Ook is er geen sprake van ongerechtvaardigd onderscheid omdat de WWB en werknemersverzekeringen verschillende doelstellingen en toetsingskaders kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandvermindering met de schadevergoeding bevestigd.