ECLI:NL:CRVB:2009:BI4422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren appellante
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot herziening van haar WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellante juist had ingeschat op basis van medische en arbeidskundige rapportages.
In hoger beroep stelde appellante dat zij meer beperkingen had en de geduide functies, waaronder parkeercontroleur, niet kon vervullen. Tevens voerde zij aan onvoldoende informatie te hebben ontvangen over deze functies en dat het besluit in strijd was met internationale verdragen.
De Raad overwoog dat er geen nieuwe medische informatie was die aanleiding gaf tot een ander oordeel dan de rechtbank. De arbeidskundige beoordeling was eveneens juist en appellante was in staat de functies te vervullen. De Raad wees erop dat appellante inmiddels als receptioniste werkzaam was, wat duidelijk maakte welke functies het UWV geschikt achtte.
De stelling dat het besluit een verboden ontneming van eigendom was, werd verworpen met verwijzing naar eerdere uitspraken. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het vernietigen van het UWV-besluit en wijst het hoger beroep van appellante af.