ECLI:NL:CRVB:2009:BI4638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Betrokkene had een aanvraag om bijstand ingediend die was afgewezen op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding met K., de vader van haar kinderen. Na eerdere intrekking van de bijstand en diverse procedures, stelde de rechtbank vast dat het onderzoek naar de woonsituatie onvoldoende was om een gezamenlijke huishouding aan te nemen.
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, voerde in hoger beroep aan dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om te concluderen dat betrokkene en K. een gezamenlijke huishouding voerden. De Raad stelde echter vast dat het onderzoek zich beperkte tot waarnemingen en een huisbezoek die plaatsvonden na de relevante periode van 22 november 2005 tot en met 16 januari 2006.
Omdat er geen gegevens over de periode in geding beschikbaar waren, kon de Raad niet anders dan concluderen dat de rapportage van 1 december 2006 geen toereikende grondslag bood voor het standpunt van appellant. De Raad bevestigde daarom de vernietiging van de besluiten en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de besluiten en wijst de aanvraag om bijstand af wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.