ECLI:NL:CRVB:2009:BI4758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsbesluiten eigen risicodrager WAO na gedeeltelijke overname onderneming
Appellante nam per 1 juli 2002 een deel van een onderneming over en werd per 1 juli 2004 eigen risicodrager voor de WAO. Het Uwv verhaalde op appellante de onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen aan twee werknemers die bij de overgenomen onderneming in dienst waren. Appellante maakte bezwaar tegen deze verhaalsbesluiten, stellende dat de werknemers niet tot haar personeel behoorden en dat zij nooit eigen risicodrager was geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het overnamepercentage van 33% vaststond en dat appellante zich als eigen risicodrager had gedragen. Het coulancebeleid en het ontbreken van het toestemmingsbesluit werden door de rechtbank buiten beschouwing gelaten. In hoger beroep voerde appellante aan dat het overnamepercentage onjuist was vastgesteld, dat het coulancebeleid had moeten worden toegepast en dat het toestemmingsbesluit niet was ontvangen.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van het toestemmingsbesluit niet geloofwaardig was omdat appellante zich als eigen risicodrager had gedragen en correspondentie had gevoerd met het Uwv. Het overnamepercentage was reeds bij de overgang vastgesteld en kon niet meer ter discussie worden gesteld. Het verzoek om toepassing van het coulancebeleid viel buiten de omvang van het geding. De grief over de ziektedag van een werknemer werd verworpen omdat de toekenning van de WAO-uitkering volgens de wet correct was verlopen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Schuttel en leden Schoor en Zeijen op 8 mei 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verhaalsbesluiten worden bevestigd.