ECLI:NL:CRVB:2009:BK7087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Ch. van Voorst
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsbesluit eigen risicodrager WAO na overgang onderneming bij faillissement
Appellante, een B.V. die per 1 januari 2004 een doorstart maakte na het faillissement van een andere B.V., werd eigen risicodrager voor de WAO. Het Uwv legde verhaalsbesluiten op voor WAO-uitkeringen van werknemers van de gefailleerde onderneming, waarop appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat sprake was van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro, waardoor appellante verantwoordelijk was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij onvoldoende was geïnformeerd over inlooprisico's en dat terugvorderingen onterecht waren omdat de werknemers niet bij haar in dienst waren geweest. Tevens werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en op artikel 7:666 BW Pro dat overgang bij faillissement uitsluit. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde dat het dienstverband op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag bepalend is en dat de overgang van onderneming ondanks faillissement blijft gelden.
De Raad oordeelde verder dat appellante de overgang van onderneming alsnog mocht betwisten omdat eerdere correspondentie geen bezwaarclausule bevatte en onduidelijk was over financiële gevolgen. Het verzoek van appellante om terug te keren naar het publieke bestel kon niet in deze procedure worden betrokken en het Uwv moet daarover alsnog een besluit nemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zutphen en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de verhaalsbesluiten tegen appellante in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verhaalsbesluiten tegen appellante blijven in stand.