ECLI:NL:CRVB:2009:BI4840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor advocaatkosten wegens voldoende bestaansmiddelen
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand ter betaling van advocaatkosten, bestaande uit leges, eigen bijdragen en griffierecht. Het College wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante ten tijde van het ontstaan van de schuld en daarna over voldoende middelen beschikte om in haar noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien.
Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB staat dit in principe bijstandsverlening in de weg. Daarnaast was het College niet bevoegd om op grond van artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB bijstand te verlenen, omdat geen sprake was van zeer dringende redenen of een afgewezen aanvraag voor schuldsaneringskrediet.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Roermond die het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van het beschikken over voldoende bestaansmiddelen als criterium voor bijzondere bijstand bij schulden.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor advocaatkosten wordt afgewezen omdat appellante over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.