ECLI:NL:CRVB:2009:BI4894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en toepassing maximering resterende verdiencapaciteit
Betrokkene, voormalig vrachtwagenchauffeur met een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 80-100%, kreeg deze uitkering ingetrokken per 3 april 2005. Appellant stelde de uitkering bij bezwaar vast op 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid van betrokkene om functies te vervullen in een urenomvang die de normaalwaarde overschrijdt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant artikel 10 van Pro het Schattingsbesluit correct heeft toegepast. De maximering van de resterende verdiencapaciteit is pas relevant als deze hoger is dan het maatmanloon, wat hier niet het geval is. De Raad acht appellant niet gehouden nader te motiveren dat betrokkene functies kan vervullen boven de normaalwaarde, aangezien de geduide functies deze niet overschrijden.
De Raad beoordeelt tevens de overige grieven van betrokkene, waaronder zijn medische klachten en beperkingen, en concludeert dat het deskundigenrapport volledig en zorgvuldig is en dat betrokkene onvoldoende medische informatie heeft aangeleverd die het oordeel zou kunnen wijzigen. De stelling dat betrokkene de functie van chauffeur niet kan uitoefenen wegens een latere weigering van rijgeschiktheid wordt verworpen omdat deze weigering na de datum in geschil dateert.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover aangevochten en verklaart het beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.