ECLI:NL:CRVB:2009:BI4912

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-238 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 26 Beroepswet
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending hoor en wederhoor in WWB-zaak

In deze zaak gaat het om een geschil tussen appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam over een WWB-besluit. De rechtbank heeft telefonisch vragen gesteld aan de gemachtigde van het College, waar appellant niet van op de hoogte werd gesteld. Het College heeft vervolgens stukken, waaronder een brief van 22 november 2007, aan de rechtbank gezonden die niet aan appellant zijn toegezonden of tijdens de zitting ter kennis zijn gebracht.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank hiermee heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor. Dit betekent dat partijen kennis moeten kunnen nemen van alle processtukken die de rechter bij zijn oordeel betrekt. Hierdoor is artikel 6 EVRM Pro geschonden, dat elementaire eisen van een eerlijk proces garandeert.

De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling. Tevens wordt bepaald dat de gemeente Amsterdam het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellant vergoedt. Er zijn geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

CENTRALE RAAD VAN BEROEP
P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 13 mei 2009 van de
meervoudige kamer
Zitting hebben: G.A.J. van den Hurk als voorzitter en J.M.A. Kolk-Severijns en W.F. Claessens, als leden,
griffier: W. Altenaar.
1e zaak, reg.nr.: 08/238 WWB
Inzake: [appellant] (hierna: appellant), in persoon verschenen,
tegen
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, (hierna: College), verschenen bij gemachtigde mr. M.M. Tjen A Kwoei.
De Raad stelt vast dat vanwege de rechtbank telefonisch vragen aan de gemachtigde van het College zijn gesteld, waarover appellant niet is geïnformeerd. In antwoord op die vragen heeft het College de rechtbank per fax een brief van 22 november 2007 en andere stukken doen toekomen. Uit het procesdossier blijkt niet dat deze stukken na ontvangst door de rechtbank aan appellant zijn toegezonden of tijdens de mondelinge behandeling op de zitting van 28 november 2007 ter kennis van appellant zijn gebracht. Uit de thans aangevallen uitspraak leidt de Raad af dat de rechtbank bij het vormen van haar oordeel (een deel van) deze stukken heeft laten meewegen.
De Raad acht deze handelwijze van de rechtbank strijdig met beginselen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor, uit welke beginselen voortvloeit dat partijen kennis moeten kunnen nemen van de inhoud van processtukken die de rechter bij zijn oordeelsvorming wenst te betrekken. Derhalve is sprake van een inbreuk op de uit artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden voortvloeiende elementaire eisen van een eerlijk proces.
Reeds op grond van het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. De Raad acht voorts termen aanwezig om het geding met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, van de Beroepswet terug te wijzen naar de rechtbank, zoals door appellant is verzocht.
Van te vergoeden proceskosten in hoger beroep is niet gebleken.
De Raad beslist daarom als volgt.
Vernietigt de aangevallen uitspraak van 29 november 2007, 06/4287;
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam;
Bepaalt dat de gemeente Amsterdam aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 106,-- aan appellant vergoedt.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 13 mei 2009
De griffier. De voorzitter.
W. Altenaar. G.A.J. van den Hurk.
Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.