ECLI:NL:CRVB:2009:BI5952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving vanaf augustus 2004 bijstand in de vorm van een geldlening. Het College beëindigde deze bijstand per 1 maart 2006 en vorderde het bedrag van €17.285,61 terug, omdat appellant volgens het College beschikte over vermogen boven de vermogensgrens door de verkoop van zijn woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, omdat appellant als directeur en enig aandeelhouder van de NV niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over het bedrag van €70.000 kon beschikken dat hij aan de NV had betaald ter voldoening van een schuld.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde het College en de rechtbank. De Raad stelde vast dat de beoordeling zich uitstrekte van 1 maart 2006 tot 20 april 2006 en dat appellant geen concrete gegevens had overlegd die het gebruik van het bedrag door de NV voor andere doeleinden aannemelijk maakten.
Ook andere schulden die appellant aanvoerde, konden niet worden meegenomen omdat deze niet bestonden in de relevante periode. De Raad concludeerde dat appellant beschikte over vermogen boven de vermogensgrens en bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.