ECLI:NL:CRVB:2009:BI6105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke herziening en verlaging bijstand wegens niet gemelde inkomsten en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag de bijstand over een bepaalde periode en vorderde een bedrag terug omdat appellant inkomsten uit werkzaamheden niet had gemeld. Tevens werd een administratieve boete opgelegd die later werd omgezet in een verlaging van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis voor zover de rechtbank niet had beslist over de rechtmatigheid van de verlaging van de bijstand. De Raad oordeelde dat de productiekosten die appellant wilde verrekenen met zijn inkomsten gelijkgesteld moeten worden aan verwervingskosten, die niet in mindering mogen worden gebracht op het inkomen bij de vaststelling van de bijstand.
Verder stelde de Raad vast dat appellant zijn inkomsten niet tijdig en volledig had gemeld, waarmee hij de inlichtingenplicht schond. Hierdoor was het College verplicht de bijstand te herzien en terug te vorderen. De verlaging van de bijstand wegens deze schending werd als een punitieve sanctie beoordeeld en terecht vastgesteld op €66, gezien het sanctieregime dat gold ten tijde van de gedraging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard voor zover het de herziening, terugvordering en verlaging betrof. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De herziening, terugvordering en verlaging van de bijstand worden bevestigd; het beroep wordt ongegrond verklaard.