ECLI:NL:CRVB:2009:BI7156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Betrokkene, een administratief commercieel medewerkster, stopte met werken vanwege pijnklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Bij herbeoordeling door een basisarts werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 55-65%, waarna appellant het besluit nam de uitkering te herzien. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek niet door een verzekeringsarts was uitgevoerd en dat de gehanteerde functies ongeschikt waren.
De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit omdat het primaire verzekeringsgeneeskundige onderzoek onvoldoende was, en dit gebrek niet was hersteld in de bezwaarfase. In hoger beroep erkende appellant dat het onderzoek door een basisarts kwalitatief tekortschiet, maar stelde dat het bezwaaronderzoek door een verzekeringsarts dit gebrek herstelde.
De Raad oordeelde dat het bezwaaronderzoek voldoende was om het kwalitatieve gebrek te herstellen, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts de medische gegevens en bezwaren van betrokkene had betrokken en gemotiveerd had waarom geen aanvullend lichamelijk onderzoek nodig was. Verder verwierp de Raad de bezwaren tegen het gebruik van het CBBS-systeem en het beroep op het EVRM. De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit vanwege strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de vernietiging van het herzieningsbesluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.