ECLI:NL:CRVB:2009:BI7956
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1945 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in 1994 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer met toekenning van een uitkering. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen verband werd gezien tussen het oorlogsgeweld en de gestelde invaliditeit. Diverse latere verzoeken tot herziening werden eveneens afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden werden aangevoerd.
In januari 2007 diende appellante opnieuw een verzoek tot herziening in, ondersteund door een medisch rapport opgesteld in het kader van de Algemene oorlogs-ongevallenregeling (AOR). Verweerster handhaafde haar afwijzende standpunt omdat het rapport geen nieuwe relevante feiten bevatte die aanleiding zouden geven tot herziening.
De Raad overweegt dat verweerster discretionair bevoegd is om te besluiten tot herziening, maar dat dit terughoudend moet worden getoetst. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en het feit dat de AOR een ruimere strekking heeft dan de Wet, ziet de Raad geen reden om het besluit aan te tasten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt dat herhaalde verzoeken tot herziening zonder nieuwe feiten niet leiden tot een andere beoordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.