ECLI:NL:CRVB:2009:BI8383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken verblijfsrecht
Appellante, van Zaïrese nationaliteit, ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na administratief onderzoek en informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) besloot het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam de bijstand per 9 mei 2005 in te trekken en de kosten over die periode terug te vorderen.
Appellante voerde aan dat haar aanvraag van vóór 1 juli 1998 tevens als asielaanvraag moest worden gezien, waardoor zij onder een uitzonderingssituatie van de Koppelingswet viel en recht zou houden op bijstand. De Raad oordeelde dat de aanvraag een reguliere verblijfsvergunning betrof en dat de asielprocedure onherroepelijk was afgesloten, zodat de Koppelingswet volledig van toepassing was.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen conform de WWB en het bestuursrechtelijke beleid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.