ECLI:NL:CRVB:2009:BI9083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit hennepkwekerij
Appellant ontving een WAO-uitkering terwijl hij tegelijkertijd inkomsten genoot uit de exploitatie van een hennepkwekerij in een boerderij die hij huurde en later kocht. De politie trof in 2005 een hennepkwekerij aan en appellant werd strafrechtelijk veroordeeld voor het telen van hennep en het niet voldoen aan de inlichtingenplicht.
Het UWV stelde op basis van een rapport werknemersfraude en politieonderzoek vast dat appellant van 1 juli 2000 tot 28 februari 2005 werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot die niet waren opgegeven, en schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel op €624.022,-. Het UWV besloot de WAO-uitkering vanaf 1 juli 2000 te beëindigen en een bedrag van €71.744,36 terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellant de fraude en stelde dat het UWV geen zorgvuldig onderzoek had gedaan. De Raad oordeelde echter dat het UWV een voldoende zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd, dat de schatting van de inkomsten redelijk was en dat het oordeel van de strafrechter niet bindend is in bestuursrechtelijke procedures. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €71.744,36 en beëindiging van de WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit hennepkwekerij.