ECLI:NL:CRVB:2009:BI9197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig medewerkster in een supermarkt, ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens rug-, nek- en psychische klachten. In 2006 besloot het Uwv haar uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het medisch onderzoek in de beroepsfase zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten over haar beperkingen en stelde zij dat het beginsel van een eerlijk proces was geschonden omdat zij zich financieel niet kon laten onderzoeken door een onafhankelijke specialist.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat er geen overschatting van belastbaarheid was en dat appellante geen aanvullende medische gegevens had overgelegd. Ook werd geen schending van het eerlijk proces of equality of arms vastgesteld. De arbeidskundige onderbouwing was eveneens toereikend. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.