ECLI:NL:CRVB:2008:BG9468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het Uwv, omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens het Uwv was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar vernietigde het bestreden besluit deels vanwege gebrekkige motivering en toepassing van onverbindende artikelen. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder dat het proces niet eerlijk zou zijn volgens artikel 6 EVRM Pro en dat sprake zou zijn van ongelijkheid in de procespositie (equality of arms). De Raad verwierp deze grieven en oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om zich te verzetten met medische gegevens en dat het Uwv zijn oordeel mocht baseren op eigen verzekeringsartsen.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische onderzoeken van het Uwv onvoldoende zorgvuldig waren of dat de beperkingen van appellant onvoldoende waren erkend. Op basis van de medische gegevens kon appellant de geselecteerde functies verrichten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende erkende beperkingen.