ECLI:NL:CRVB:2009:BI9264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij hennepkwekerij
Appellante ontving bijstand sinds 2002 en stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Na het aantreffen van een hennepkwekerij in oktober 2005 op dit adres, stelde het College een bijzonder rechtmatigheidsonderzoek in. Uit het onderzoek bleek dat appellante vanaf februari 2005 niet meer op het opgegeven adres woonde, maar zij gaf hierover geen juiste informatie.
Het College trok daarom de bijstand met ingang van 1 februari 2005 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode tot oktober 2005 terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij haar klantmanager had geïnformeerd, maar dit werd niet onderbouwd met objectieve gegevens.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College handelde binnen zijn bevoegdheid bij intrekking en terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.