ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2001 bijstand als alleenstaande ouder. Na een melding over het ontvangen van aanzienlijke geldbedragen van haar vader, startte het college een onderzoek dat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2004-2008 wegens het niet melden van leningen.
De rechtbank vernietigde de maatregel van verlaging van de bijstand, maar liet de intrekking en terugvordering in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het niet vermelden van leningen op de statusformulieren, ondanks dat het college niet volledig op de hoogte was van deze leningen.
De Raad stelde vast dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijstand over de periode, ook niet omdat zij stelde dat de geleende bedragen direct aan schulden waren besteed. Bovendien was het college bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen omdat niet kon worden vastgesteld of appellante in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de intrekking en terugvordering, waarbij werd opgemerkt dat de terugvordering zodanig moet worden uitgevoerd dat appellante een inkomen behoudt gelijk aan de beslagvrije voet. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.