ECLI:NL:CRVB:2009:BI9269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en woonplaatskwestie
Appellante ontving sinds 1994 bijstand en langdurigheidstoeslag. Naar aanleiding van een anonieme tip stelde de Sociale Recherche Fryslân een onderzoek in, waarna het College van B&W van Smallingerland bijstand introk en terugvorderde wegens vermeende gezamenlijke huishouding in een andere gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat sprake was van gezamenlijke huishouding. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College niet bevoegd was om te beoordelen of appellante een gezamenlijke huishouding voerde in een andere gemeente, omdat zij daar volgens het College niet woonde.
De Raad stelde vast dat niet was bewezen dat appellante haar woonstede in Smallingerland had prijsgegeven. Diverse feiten, zoals verklaringen, nutsverbruik en bankafschriften, wezen erop dat zij haar woning in Drachten bleef gebruiken. De Raad vernietigde daarom het besluit van het College en de rechtbankuitspraak, en veroordeelde het College tot vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand en toeslag worden vernietigd.