ECLI:NL:CRVB:2009:BI9273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht bij gezamenlijke huishouding
Appellant voerde in de periode van 1 mei 2005 tot en met 9 januari 2006 en vanaf 1 maart 2006 een gezamenlijke huishouding met een ander persoon, hetgeen hij niet volledig aan het College had gemeld. Het College trok daarom de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat appellant op de rechtmatigheidsonderzoeksformulieren tegenstrijdige en onjuiste informatie had verstrekt over zijn woon- en leefsituatie, waarmee hij de inlichtingenplicht uit artikel 17, eerste lid, WWB niet behoorlijk was nagekomen. De Raad oordeelde dat de vrijspraak in de strafrechtelijke procedure over opzettelijke nalatigheid niet bindend is voor het bestuursrechtelijke oordeel.
Het College had volgens de Raad conform het terugvorderingsbeleid gehandeld, waarbij alleen bij dringende redenen of kleine bedragen van terugvordering wordt afgezien. De door appellant ingeroepen jurisprudentie over terugvordering na zes maanden was hier niet van toepassing. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand bevestigd.