ECLI:NL:CRVB:2009:BI9279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.C.F. Talman
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens niet voldoen aan referteperiode
Appellant ontvangt sinds 2001 bijstand en heeft op 9 oktober 2006 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 WWB Pro. Deze toeslag werd geweigerd omdat appellant in de referteperiode van 60 maanden inkomsten had uit arbeid, namelijk een netto bedrag van €541 als huiswerkbegeleider in de periode februari tot juni 2005. Dit werd niet gemeld en niet verrekend met de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat door een herzieningsbesluit op bezwaar en terugvordering van teveel betaalde bijstandskosten het inkomen in de referteperiode niet boven de bijstandsnorm lag. De Raad oordeelde echter dat het feitelijke inkomen in die periode boven de norm lag en dat de latere terugvordering hieraan niet afdoet.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, aanhef en onder a, WWB, die vereist dat gedurende 60 maanden geen inkomen boven de bijstandsnorm is genoten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen omdat appellant in de referteperiode inkomsten boven de bijstandsnorm had.