ECLI:NL:CRVB:2009:BI9746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks ziekte van Bechterew
Appellant, met in 1996 gediagnosticeerde ziekte van Bechterew, maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 1 juli 2006 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat niet was gebleken dat de beperkingen onvoldoende waren onderkend en appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd. In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn energetische beperkingen en overgelegd rapporten van deskundigen.
De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, mede op basis van informatie van reumatoloog Posthumus, concludeerde dat de ziekte niet klinisch actief was en appellant fulltime belastbaar was volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad verwierp de stellingen van appellant en diens deskundige dat onvoldoende rekening was gehouden met arbeidsexploratieonderzoeken, die terughoudend moeten worden beoordeeld.
De Raad vond geen steun voor aanvullende beperkingen en bevestigde dat de functies telefonist, receptionist en baliemedewerker passend zijn. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering omdat appellant fulltime belastbaar is volgens het verzekeringsgeneeskundig onderzoek.